Aanwijzing

Als de ouders of het kind niet willen meewerken aan het plan van aanpak is de aanwijzing één van de middelen die een gezinsvoogd kan gebruiken tijdens een OTS. Een aanwijzing kan aan een kind gegeven worden maar ook aan zijn/haar (pleeg)ouders en moet worden opgevolgd. Een aanwijzing moet zo concreet mogelijk zijn.

Bestandspleegzorg

Dit zijn pleegouders die een onbekend kind in hun gezin opnemen.

Bijplaatsing

De komst van een pleegkind in een gezin waar al een ander pleegkind woont.

Blokkaderecht

Wanneer een pleegkind bij een vrijwillige plaatsing langer dan een jaar bij pleegouders woont, kunnen pleegouders gebruik maken van het blokkaderecht. Dit betekent dat een ouder aan de pleegouder(s) moet vragen het kind weer zelf te mogen verzorgen. Stemt een pleegouder hier niet mee in, moet de ouder aan de rechtbank toestemming vragen. Tot de rechtbank een beslissing heeft genomen, kunnen pleegouders terugplaatsing blokkeren. Pleegouders kunnen ook gebruik maken van het blokkaderecht als de Gecertificeerde Instelling de voogdij heeft over het pleegkind (als een pleegkind langer dan een jaar bij pleegouders woont). Het blokkaderecht geldt niet bij een ondertoezichtstelling. Met ingang van 2015 is de positie van pleegouders in geval van een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing versterkt. In die situaties moet de Gecertificeerde Instelling verplicht toestemming vragen aan de rechter voor de beëindiging van een plaatsing in het pleeggezin. De plaatsing moet ten minste een jaar hebben geduurd.

Crisisopvang

In een crisissituatie kunnen kinderen van 0 tot 18 jaar bij pleegouders worden geplaatst.

Deeltijdpleegzorg

Aanvullende opvang voor een kind waar de ouders tijdelijk niet volledig voor kunnen zorgen. Het kind wordt één of meerdere dagdelen in de week in het pleeggezin opgevangen. Zodra de thuissituatie weer stabiel is, stopt de opvang.

Gecertificeerde Instelling

Een instelling die in opdracht van de gemeente de jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoert. Vanaf 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen die de kinderrechter oplegt en voor jeugdreclassering. Dit zijn ingrijpende maatregelen. Daarom stelt de overheid extra eisen aan instellingen die dit soort maatregelen uitvoeren. Zij moeten hiervoor een certificaat halen. De normen waaraan deze instellingen moeten voldoen zijn door het Ministerie van Justitie en Veiligheid in samenspraak met de gemeenten en het werkveld gezamenlijk geformuleerd.

Gezag

In principe hebben beide ouders van een kind het gezag. De met gezag beklede persoon heeft het recht en de plicht om een kind te (laten) verzorgen en opvoeden. Een kinderbeschermingsmaatregel beperkt het gezag van ouders.

Gezinsvoogd

Een medewerker van een Gecertificeerde Instelling die wordt benoemd bij een ondertoezichtstelling (OTS). Hij/zij is verantwoordelijk voor het schrijven van het Plan van Aanpak en ziet toe op de uitvoering daarvan.

Hulpverleningsplan

Het plan waarin de doelen van de pleegzorgplaatsing beschreven staan. Een eerste plan moet binnen 6 weken na een plaatsing klaar zijn. Hulpverleningsplannen worden regelmatig geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Het hulpverleningsplan kan alleen in overleg gewijzigd worden.

Hulpverleningsvariant

Pleegzorgplaatsing waarbij wordt gewerkt aan terugplaatsing naar de eigen ouders. Pleegouders en hulpverleners helpen het kind en de ouders op weg, zodat ze het vervolgens zelf weer aankunnen. De duur van zo’n plaatsing varieert van een paar maanden tot enkele jaren.

Kinderbeschermingsmaatregel

Als de problemen niet met vrijwillige hulp kunnen worden opgelost of als het gezin deze hulp niet wil aanvaarden, vraagt de Raad de rechter een kinderbeschermingsmaatregel uit te spreken. De kinderrechter beslist dan dat een ouder niet meer (volledig) verantwoordelijk is voor zijn of haar kind.

Kinderrechter

De rechter die bekijkt of een verzoek (bijvoorbeeld tot het uitspreken van een OTS) volgens de wet kan worden ingewilligd. Dit verzoek kan worden ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming, de ouders of verzorgers of een jongere boven de 12 jaar.

Langdurige Pleegzorg

Er is sprake van langdurige Pleegzorg als een kind langere tijd niet meer thuis kan wonen. Langdurig hoeft echter niet voor altijd te zijn.

Maatschappelijk werker

Algemene term voor iemand die de hogere beroepsopleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening heeft gevolgd. Zowel de (gezins)voogd als de Pleegzorg begeleider zijn maatschappelijk werkers.

Netwerkpleegzorg

Pleegzorg voor een kind van familie of bekenden.

Observatiediagnostiek

Observatiediagnostiek in een pleeggezin kan verschillende vormen hebben. Het kan inhouden dat het kind bij pleegouders wordt geplaatst die naast de dagelijkse zorg het kind ook observeren en over hun bevindingen rapporteren. Daarnaast kan psychologisch onderzoek of een onderzoek naar de gezinssituatie worden aangevraagd.

Opvoedingsvariant

Pleegzorgplaatsing waarbij pleegouders de verantwoordelijkheid op zich nemen om het kind op te voeden totdat het meerderjarig is. Bij deze variant spelen de eigen ouders vaak nog wel een belangrijke rol, maar zal het kind niet meer bij hen gaan wonen.

Ondertoezichtstelling (OTS)

Kinderbeschermingsmaatregel waarbij de ouder het gezag houdt over het kind. Het kind en de ouders krijgen begeleiding van een gezinsvoogd. Belangrijke beslissingen mogen de ouders niet meer alleen nemen, maar moeten ze eerst bespreken met hun gezinsvoogd. De gezinsvoogd kan in het belang van het kind zelf beslissingen nemen, bijvoorbeeld over het starten van therapie of het veranderen van school. Bij een OTS wordt jaarlijks beslist over verlenging van deze maatregel.

Pleegoudervoogd

Dit is een pleegouder, die als enige de voogdij heeft gekregen over een pleegkind dat hij op het moment dat hij tot voogd werd benoemd op basis van een pleegcontract verzorgde en opvoedde. Het verblijf bij een pleegoudervoogd wordt hetzelfde benaderd als het verblijf bij een pleegouder. De pleegoudervoogd heeft recht op een pleegvergoeding. Het blijft pleegzorg in het kader van de Jeugdwet.

Pleegzorg organisatie

Een Pleegzorg organisatie geeft voorlichting, werft nieuwe pleegouders en bereidt hen voor op het pleegouderschap, bemiddelt bij het plaatsen van kinderen en jongeren bij pleegouders en ondersteunt en begeleidt pleegouders gedurende de plaatsing. De Pleegzorg organisatie kan ook begeleiding aan ouders bieden.

Pleegzorg begeleider

Werknemer van de Pleegzorg organisatie, aangesteld om pleeggezinnen te ondersteunen in hun taak. De Pleegzorg begeleider staat een pleeggezin met raad en daad terzijde. Hij/zij komt regelmatig op bezoek in het pleeggezin.

POR

Pleegouderraad.

Raad voor de Kinderbescherming

Deze organisatie heeft drie werkterreinen: “bescherming”, “scheiding en omgangsregelingen” en “strafzaken”. Daarnaast heeft de Raad ook een taak op andere terreinen waarbij de belangen van het kind op het spel staan, zoals adoptie, naamswijziging of opname van een pleegkind. De Raad doet onderzoek, adviseert in juridische procedures en kan maatregelen of sancties voorstellen. De Raad is geen hulpverleningsinstantie.

Toegang tot jeugdhulp

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van de toegang tot jeugdhulp, waaronder ook Pleegzorg. Gemeenten organiseren dit verschillend. Veel gemeenten hebben een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) of een wijkteam waarin verschillende jeugdorganisaties samenwerken.

Vakantiepleegzorg

Een kind heeft de mogelijkheid één of meerdere vakanties in een pleeggezin door te brengen. Het kind woont (nog) bij de ouders, in een internaat of in een ander pleeggezin en kan in de vakantie niet bij familie of vrienden terecht.

Voogd

Medewerker van de Gecertificeerde Instelling die de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van een kind overneemt van de ouders.

Voogdij

Kinderbeschermingsmaatregel waarbij de rechter de verantwoordelijkheid voor de opvoeding (het ‘wettelijk gezag’) aan iemand anders geeft. Dit is meestal een Gecertificeerde Instelling, die dan een voogd aanwijst.

Weekendpleegzorg

Een pleegkind brengt een of meerdere weekenden per maand door in een pleeggezin. Het kind woont bij de ouders, in een internaat of ander pleeggezin.