Een onderwerp waar steeds meer onderzoek naar gedaan wordt en dat steeds vaker in verbinding wordt gebracht met diverse groepen kinderen, waar onder ook pleegkinderen, is de verzamelnaam executieve functies. Om niet helemaal middenin een onderwerp te vallen voor lezers met weinig tot geen voorkennis, zal ik kort uitleggen wat hiermee wordt bedoeld. De executieve functies zijn die functies waarmee een kind zijn eigen gedrag remt, stuurt en doelgericht in kan zetten. Heel belangrijk dus. In mijn column ga ik uit van een indeling van 11 functies, waarbij ik ze niet allemaal ga benoemen maar van de belangrijksten wel probeer een koppeling te maken naar onze Anna en de jongens, misschien ook nog wel naar Roel en mezelf. Toen ik me in deze materie verdiepte, bedacht ik zeer regelmatig hoe herkenbaar veel zaken zijn als je te maken hebt met een pleegkind. Als je daarnaast ook nog te maken hebt met (pleeg)kinderen in de puberteit dan is het een feest van herkenning en vallen veel zaken op zijn plaats. Zelfs in het herkennen van je eigen gedrag en dat van je partner, zal het kwartje regelmatig vallen en zullen zaken misschien voor wat meer begrip zorgen…. of berusting.

Inhibitie (remming) van eigen impulsen, of beter gezegd het nog ontbreken hiervan, is altijd een lastige geweest voor Anna. Weten wanneer je je in een gesprek mag mengen of liever nog even moet wachten, meteen het eerste zeggen dat in je opkomt, op vrijwel elke prikkel reageren die interessant is of bij ruzies op de voorste rij staan, terwijl je beter een stapje terug had kunnen doen.

Vastgehouden aandacht is er eentje die lastig lijkt bij al onze gezinsleden inclusief mezelf. Het voortdurend gebruik in deze moderne tijd van telefoon (what’s appjes die onafhoudend binnenkomen en waar meteen op gereageerd moet worden, social media met foto’s die gepost of gecheckt moeten worden), oortjes in met doedelende muziek, zorgen ervoor dat ik mezelf er weleens op betrap dat ik eigenlijk de mails wilde lezen, de mailbox wilde ordenen en uiteindelijk op Facebook beland om daar grappige filmpjes te bekijken van baby’s die met 6 maanden al kunnen praten of boxers die niet gehoorzamen en de mailbox onaangeroerd laat.

Planning en organisatie, om er nog maar eens twee te noemen, lijken niet besteed aan de pubers Anna en Job, ook niet aan Mart die vaak voor het gemak nog lekker lijkt te leunen op papa en mama. (“Oh de kluisjessleutel van school hangt aan mijn fietsensleutel, maar ik ben vandaag met de bus naar school gegaan. Hoe kom ik nu aan mijn spullen?”, “Wat, volgende week proefwerkweek, dat is echt niet normaal hoor in 1 week 24 hoofdstukken leren voor geschiedenis.”)

De laatste die ik eruit wil lichten is flexibiliteit. De vaardigheid om je gedrag te kunnen aanpassen aan nieuwe situaties of onverwachte veranderende omstandigheden en hier goed mee om kunnen gaan. Als er één terrein is waarop Anna veel winst heeft behaald dan is het wel flexibiliteit. Liet het gedrag van Anna ons vroeger weinig ruimte over om spontane dingen te plannen en afspraken te verzetten, vandaag de dag is dat geen probleem meer. Door haar goed ontwikkelde taal kan ze nu haar zorgen en onrust bespreekbaar maken, wat haar flexibiliteit ten goede is gekomen.

Wat Roel en mij betreft hebben we elkaars sterke en zwakke executieve functies eens onder de loep genomen. Het leverde een leuke discussie op. De uitkomst ervan houden we toch nog maar even voor onszelf en wie weet…de mens is nooit te oud om te leren.