Daar zaten we dan met zijn allen aan de keukentafel. Een doordeweekse middag na school: de pleegzorgwerker en de voogd hadden een afspraak met Anna gemaakt. Op verzoek van Anna nam ik ook plaats aan tafel. De grootte van de delegatie onderstreepte het belang van het luisteren naar de gevoelens en meningen van Anna. Het meedenken en het bespreken van belangrijke zaken nu en in de nabije toekomst zijn vast onderdeel geworden van het ondersteuningsproces dat wij als pleeggezin ervaren, zeker nu ze een jaartje ouder wordt en we haar zo langzaam dienen te gaan voorbereiden op het volwassen worden. In het verleden heb ik wel eens om uitleg gevraagd aan de voogd waarom bepaalde zaken zo gehanteerd werden. Vanuit de theorie wordt er veel waarde en belang toegekend aan de eigen regie van het pleegkind. Het zelf komen tot een invulling van bijvoorbeeld een bezoekregeling en keuzes hieromtrent mogen maken (frequentie, begeleiding en duur) zou positief kunnen bijdragen aan het eigen proces van het pleegkind. Er wordt niet over het kind of de jongere beslist, er wordt met de jongere gesproken en de verschillende opties passeren de revue.

Zonder mij te hebben verdiept in de theoretische modellen, heb ik deze gang van zaken altijd met enige scepsis gevolgd en ook waar nodig uitgesproken. Eigen regie vind ik een prachtig uitgangspunt en zal ik ook zeker proberen te ondersteunen. Maar hoe eigen is die regie als er altijd sprake is van een zwaar drukkend loyaliteitsgevoel naar de eigen familie en eventuele broertjes en zusjes, mogelijk nog gecombineerd met factoren op het gebied van hechting? Hoe vrij is een pleegkind dan om zijn of haar eigen weg uit te stippelen met als uitgangspunt “wat wil ik zelf, waar voel ik me goed bij en wat is goed voor mij?” En zijn de keuzes die gemaakt en ondersteund worden door de betreffende organisaties ook altijd zo goed?

Om antwoorden van Anna zelf te krijgen was er deze middag dus een beraad en er zou oplossingsgericht worden “vergaderd”. Anna had voor zichzelf een leervraag opgesteld, waarmee ze graag geholpen zou willen worden. Ze had deze vraag al eerder uitgesproken en er ook al zelf over nagedacht, zelfs al een klein A-4tje over volgeschreven ter voorbereiding op het gesprek, waarvoor ik haar uitgebreid gecomplimenteerd had eerder die week. De professionals op hun beurt kwamen, zoals het goede hulpverleners betaamd met diverse voorstellen (lees: programma’s en trainingen) die zouden kunnen aansluiten op de ondersteuningsbehoefte van Anna (ieder weliswaar kijkend vanuit hun eigen organisatie en achtergrond). Als we pleegkinderen de regie over hun eigen leven willen laten voeren, laten we dan ook kijken naar de eigen mogelijkheden die een kind heeft om die regie te voeren. Uiteindelijk kwam er een voorstel omtrent concrete alledaagse situaties waarin er geoefend kon worden met de leervraag. De professionals namen de rol op zich van gesprekspartner om regelmatig te evalueren en te reflecteren. Anna kreeg de regie om te bepalen of deze evaluatie- en reflectiegesprekken plaats zouden vinden.